• De pijpen zitten er weer allemaal in.

    Henk Cornelissen

Het orgel van de Michaëlskerk kan er weer even tegen

OOSTERLAND ,,Het is een museaal stuk waar goed voor gezorgd moet worden," is een uitspraak van de meubelrestaurateur Jan Berghuis over het 256 jaar oude kabinetorgel in de Michaëlskerk. Dit Teschemacherorgel is een uniek instrument, dat landelijk en ook daarbuiten onder orgelliefhebbers bekend is. In de achttiende eeuw nog, schreef organist en orgelkenner Joachim Hess: ,,Dit wordt gezegd een zeer schoon werk te zijn."

In 1974 werd het orgel gerestaureerd en in 1994, na verplaatsing van het balkon naar de begane grond in de gerestaureerde kerk, werd het aan groot onderhoud onderworpen. Dat moet zo eens in de twintig tot dertig jaar worden gedaan. Stof hoopt zich op en alles slijt, ook aan een orgel. Het is een wonder dat het instrument, na omzwervingen in 1902 in de kerk van Oosterland beland, zo gaaf bewaard is gebleven. Maar het werd tijd voor nieuw groot onderhoud en dit najaar kwam het voor elkaar. Berghuis heeft de kas een goede oppoetsbeurt gegeven en ontbrekende kleine stukjes notenfineer opnieuw aangebracht. Op veel plekken op en in de orgelkas zijn weer nieuwe namen gevonden, die mensen in de loop van tweeënhalve eeuw hebben aangebracht met potlood, inkt en ingekrast. Het orgel zelf is onder handen genomen door de orgelbouwer Bakker & Timmenga uit Leeuwarden. De pijpen zijn schoongemaakt en waar nodig werden kleine reparaties verricht, vooral aan de bovenranden van de kleinere pijpen. Deze kunnen door het stemmen in de loop der jaren beschadigd raken. De speling tussen de toetsen is opgevuld wat de speelaard sterk heeft verbeterd. De ongeveer zestig jaar oude windmachine is vervangen door een nieuwe. En het is mogelijk gebleven de de blaasbalgen, longen van het orgel, met de hand te bedienen.

Het geld voor dit alles is deels bijeengebracht met collectes en acties in de afgelopen jaren en dankzij de steun van de stichting Cornelis Jacob (uit de nalatenschap van Kees Klein), het diaconaal fonds van de protestantse gemeente, de Stichting tot Behoud van het Nederlandse Orgel, Orgelfonds Mooy, het Prins Bernhard Cultuurfonds, de Meindersma-Sybenga Stichting en de Maatschappij van Welstand, kan het weer een generatie mee.